TU Delft kondigde vorige week aan dat haar samenwerkingsproject met stichting FOM en BASF voor het ontwikkelen van magnetische koelsystemen, met vier jaar wordt verlengd. Magnetische koeling zou veel efficiëntere en kleinere koelelementen op kunnen leveren voor oa. airco’s en koelkasten.
Voortgezet
In 2008 startte een eerste vierjarige onderzoeksprogramma onder leiding van TU Delft-Professor Ekkes Brück, gefinancierd door stichting FOM en BASF. Die succesvolle samenwerking wordt nu met vier jaar voortgezet . "We willen de fundamentele magnetocalorische basisprincipes beter begrijpen. Dat helpt ons om nieuwe materialen te ontwikkelen om de beste routes voor productie op grote schaal te bepalen", aldus programmaleider prof.dr. Ekkes Brück (TU Delft).
Magnetische koeling
Magnetocalorische materialen warmen op in een magneetveld en als ze er vervolgens uit worden getrokken, daalt hun temperatuur weer. Hierdoor is een warmtepomp gebaseerd op magnetocalorische materialen een goed alternatief voor traditionele koelsystemen, die gebruik maken van gascompressie en condensatie. Magnetische koeling is een veelbelovende techniek waarmee energieverbruik gereduceerd kan worden. "Op basis van de theorie kan er maximaal vijftig procent bespaard worden", legt directeur van BASF Future Business GmbH dr. Thomas Weber uit. "Een bijkomend voordeel is dat koelelementen gebaseerd op een magnetische koelcyclus relatief klein zijn. Hierdoor zijn ze zeer geschikt voor de koeling van zeer verschillende apparaten, van kleine elektronische componenten tot koelkasten en airconditioners." Koelgassen zijn dan niet nodig. Daardoor is deze vorm van koeling stiller en produceert minder trillingen dan huidige koelsystemen.
Publiek-private samenwerking
FOM en BASF werken samen binnen een zogenaamd Industrial Partnership Programme (IPP). IPP’s zijn onderzoeksprogramma’s waarin FOM academische kennis aan industriële ambities koppelt, door gerenommeerd fundamenteel natuurkundig onderzoek in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven uit te voeren. Bedrijven financieren ten minste vijftig procent. Dit onderzoek wordt uitgevoerd aan de TU Delft, de Radboud Universiteit Nijmegen en in de laboratoria van BASF in De Meern (NL) en Ludwigshafen (D).


